ALARMSYSTEMS bvba


24/24 u
JORIS VAN DEN BOSCH
TIENSESTRAAT 224 - LEUVEN
Fax 016/29.39.75
Tel 016/23.71.71
GSM 0475/23.71.71

 


 
 
 Offerte
 Referenties
 Beveiligingstips
 Technisch
 Fun
 Home
 Contact
 
 
 
 
 
 
 
 

Bouwkundige beveiliging

De meeste inbraken gebeuren door het forceren van een deur of een raam, door het plegen van glasbraak, door het verwijderen van een kelderrooster of door het gebruik van valse sleutels.

De deur

  • De deur :

    Het eerste waar aandacht moet aan worden besteed is aan het materiaal waaruit de deur is gemaakt evenals aan de kwaliteit van het kozijn en aan de wijze waarop het geheel in de doorgang is bevestigd.  Het is niet mogelijk de dikte te bepalen waaraan een deur moet voldoen om "veilig" te zijn.  het is echter duidelijk dat holle deuren die vaak als binnendeur dienst doen, maar die men ook wel als appartementsdeur aantreft, niet inbraakveilig zijn.

  • Het kozijn :

    Ook de kwaliteit van het kozijn is belangrijk evenals de manier waarop dit bevestigd is in de muur.  Dit laatste stelt nogal eens problemen bij appartementen.

  • Het slot :

    Een eerste onderscheid dat moet gemaakt worden is dit tussen een oplegslot en een insteekslot. Het eerste wordt op de deur bevestigd terwijl het tweede in de deur wordt geplaatst.  Wanneer de deur niet voldoende dik is - minder dan 4,5 cm voor een gewone houten deur - dan is het beter een oplegslot te plaatsen : door de noodzakelijke uithalingen voor het insteekslot gaat men immers de deur verzwakken.

Oplegslot
Oplegslot

Insteekslot
Insteekslot

Een ander onderscheid heeft betrekking op het sluitsysteem.  Zo spreekt men van een bontebaardslot, een klavierslot en een cylinderslot.  Het bontebaardslot, dat vaak bij binnendeuren wordt toegepast en te herkennen is aan de typische vorm van de baard (=het uiteinde) van de sleutel, heeft geen enkele waarde uit het oogpunt van inbraakbeveiliging.  Beter qua veiligheid zijn klaviersloten en cylindersloten die beiden een voldoende hoge tot zeer hoge sleutelvariatie bieden.

Bontebaardslot
Bontebaardslot

Cylinderslot
Cylinderslot - Veiligheidsbeslag

  • De nachtschoot :

    Ook aan de nachtschoot moeten enige eisen gesteld worden : massief of gelamineerd, beveiligd tegen het doorzagen en voldoende lang ( de schoot moet minstens 2 cm naar buiten komen en ook aan de binnenzijde verlengd zijn).

  • De sluitplaat :

    Het klassieke sluitplaatje moet vervangen worden door een sluitplaat met schootkasten waarin zowel de dag- als de nachtschoot omsloten worden

  • De rozet en het veiligheidsbeslag :

    Cylinders die te ver, meer dan 2 mm, uit de deur steken kunnen afgebroken worden.  Om dit te voorkomen kan nuttig gebruik worden gemaakt van een cylinderrozet of veiligheidsbeslag.  Beiden worden van binnenuit vastgeschroefd.  Daar waar het niet nodig is van buitenaf toegang te hebben tot een woning volstaat het een halve cylinder aan te brengen langs de binnenzijde.  Aan de buitenkant kan de opening afgedekt worden met een "blind" schild.

  • Sloten voor aluminiumdeuren :

Zwenkschootslot
Zwenkschootslot
Een degelijk insteekslot kan doorgaans niet in een aluminiumdeur aangebracht worden omdat de deurstijl daarvoor te smal is.  Een oplossing hiervoor zijn de smalsloten die een zwenkschoot hebben van voldoende lengte.
  • Sloten voor schuifdeuren :
    Voor schuifdeuren bestaan er insteeksloten die een schoot hebben die in haakvorm is uitgevoerd.  Ook is het mogelijk bijkomende oplegsloten aan te brengen die vermijden dat de deur kan worden teruggeduwd.

Oplegslot schuifdeur + slot balkon- of terrasdeur
Oplegslot schuifdeur - slot balkondeur

  • Meerpuntsluiting :

Eén sluitpunt is onvoldoende om een deur te beveiligen.  Een tweede, en beter nog een derde sluitingspunt is aangewezen.  Deze bijkomende sloten kunnen van het insteek- of oplegtype zijn en in beide gevallen kunnen ze afzonderlijk te bedienen zijn ofwel een meerpuntsluiting uitmaken.  In dit laatste geval volstaat één sleutel om de verschillende sloten in werking te stellen.

Meerpuntssluiting
Meerpuntssluiting

  • Het hangslot :

    In sommige gevallen zal men moeten gebruik maken van een hangslot.  Ook hier is het belangrijk dat de sleutelvariatie boldoende hoog is en dat de beugel en de kas uit stevig materiaal is vervaardigd.  Tevens moet ervoor gezorgd worden de ruimte tussen de beugel en het oog waar deze doorgaat zo klein mogelijk te houden.  Tenslotte moet vermeden worden dat de schroeven van de bevestigingsplaat kunnen afgeschroefd worden : ofwel dekt men ze af met een overval, ofwel gebruikt men ééntoerschroeven; deze laatste kunnen niet teruggedraaid worden.

  • De scharnieren :

    Scharnieren die van buitenaf toegankelijk zijn kunnen worden afgebroken ofwel wordt de pen die ze samenhoudt eruit geslagen.  Om dit te voorkomen kunnen paumelles gebruikt worden of kan men dievenklauwen aanbrengen.  Paumelles zijn scharnieren die pas van elkaar kunnen genomen worden wanneer de deur ver genoeg open is.

Paumelle - Dievenklauw
Paumelles  -  Dievenklauw

Dievenklauwen zijn pinnen die aan de scharnierzijde in of op de deur worden aangebracht en die, wanneer de deur gesloten wordt, vallen in een daartoe gemaakte opening in het kozijn.   Dergelijke beveiliging geeft ook een bijkomende stevigheid aan de deur wanneer de scharnieren zich aan de binnenzijde bevinden.

  • De kierstandhouder :

Een kierstandhouder of een deurketting is niet zozeer nodig om een inbraak te voorkomen maar wel om te vermijden dat iemand zomaar bij u binnengaat nadat de deur geopend werd.

Kierstandhouder
Kierstandhouder

  • De deurspion :

    Een gepaste dosis wantrouwen is een basiseigenschap voor inbraakpreventief gedrag.   Een deurspion helpt u daarbij.  Plaats hem niet te hoog zodat ook de kinderen erbij kunnen.

 Ga verder met deel 2 van bouwkundige beveiliging

 [bronvermelding: http://www.fedpol.be/ Federale Politie] 


D-TECT ALARMSYSTEMEN

JORIS VAN DEN BOSCH
TIENSESTRAAT 224 - LEUVEN
Fax 016/29.39.75
Tel 016/23.71.71
GSM 0475/23.71.71

e-mail: info@d-tect.be